ECLI:NL:GHDHA:2018:3552
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- A.H.N. Stollenwerck
- A.E. Sutorius-van Hees
- L.N.A. van Veen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nihil partneralimentatie wegens gebrek aan draagkracht man
In deze zaak stond de partneralimentatie vanaf 1 september 2016 centraal. De vrouw heeft sinds maart 2017 een inkomen en kocht in juni 2018 een woning, wat een wijziging van omstandigheden vormt. De behoefte van de vrouw staat niet ter discussie. De man stelde dat hij mogelijk zijn baan bij zijn werkgever zou verliezen door bezuinigingen en dat het moeilijk is een vergelijkbaar salaris elders te vinden.
De vrouw betwistte dit en stelde dat de man bij ontslag een afvloeiingsregeling van 24 maandsalarissen zou ontvangen, waardoor hij voldoende draagkracht zou hebben. Ook wees zij op het vermogen van de man, waaronder een woning in Frankrijk en een verhuisvergoeding die hij niet had gemeld.
Het hof oordeelde dat het Engelse recht het toestaat alle relevante omstandigheden mee te wegen en concludeerde op basis van de overgelegde stukken, waaronder het Formulier E en financiële gegevens, dat de man geen draagkracht heeft om partneralimentatie te betalen. Zijn netto inkomen was gedaald tot circa €6.700 per maand, terwijl hij hoge lasten heeft, zoals een huurwoning, reiskosten, gemeentebelastingen en kinderalimentatie. Het hof stelde de partneralimentatie daarom met ingang van 1 september 2016 op nihil en vernietigde de bestreden beschikking voor dat deel.
Verder overwoog het hof dat de vrouw niet kan worden verplicht reeds betaalde alimentatie terug te betalen vanwege het consumptieve karakter en haar gebrek aan vermogen. De grief van de man over terugbetaling stuitte daarom af.
Het hof wees het overige in hoger beroep gevorderde af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De partneralimentatie vanaf 1 september 2016 wordt op nihil gesteld wegens het ontbreken van draagkracht bij de man.