ECLI:NL:GHDHA:2018:3352
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling minderjarigen wegens bedreigde ontwikkeling
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die de minderjarige kinderen onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door huiselijk geweld.
Het hof heeft vastgesteld dat de ouders zelf reeds voor het verzoek van de raad hulpverlening hebben ingeschakeld en deze hulpverlening goed verloopt. De ouders accepteren de hulp en werken hieraan mee. De raad en gecertificeerde instelling wilden de situatie monitoren, maar het hof oordeelt dat dit onvoldoende grond is voor een ondertoezichtstelling.
De hulpverlening is effectief en er zijn geen aanwijzingen dat de ouders zonder ondertoezichtstelling niet meer zouden meewerken. De ondertoezichtstelling wordt daarom vernietigd en het verzoek van de raad wordt afgewezen.
De uitspraak benadrukt dat een ondertoezichtstelling niet bedoeld is om enkel de situatie te monitoren, maar dat er sprake moet zijn van onvoldoende acceptatie van noodzakelijke hulp door de ouders.
De beslissing is genomen na een mondelinge behandeling waarbij alle betrokken partijen zijn gehoord, inclusief de minderjarige zelf.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt vernietigd en het verzoek tot ondertoezichtstelling afgewezen.