ECLI:NL:GHDHA:2018:3232

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
28 november 2018
Publicatiedatum
28 november 2018
Zaaknummer
22-003550-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling in hoger beroep

In hoger beroep heeft het Gerechtshof Den Haag het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde mishandeling. De mishandeling zou hebben plaatsgevonden op of omstreeks 7 mei 2017, waarbij verdachte aangeefster zou hebben geduwd waardoor zij ten val kwam.

De advocaat-generaal had een geldboete van €250,- subsidiair 5 dagen hechtenis gevorderd. Het hof heeft echter uit de wettige bewijsmiddelen geen overtuiging kunnen verkrijgen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Daarom is verdachte vrijgesproken.

Het hof vernietigde tevens de eerder uitgevaardigde strafbeschikking en het vonnis waarvan beroep. Het arrest is gewezen na behandeling van de zaak op 17 mei en 14 november 2018 en uitgesproken op 28 november 2018 door een meervoudige kamer van het hof.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs mishandeling.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003550-17
Parketnummer: 09-083013-17
Datum uitspraak: 28 november 2018
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 10 augustus 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 17 mei 2018 en 14 november 2018.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,- subsidiair 5 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 7 mei 2017 te 's-Gravenhage [aangeefster] heeft mishandeld door voornoemde [aangeefster] te duwen waardoor zij ten val kwam.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak
Het hof heeft uit de wettige bewijsmiddelen zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikkingd.d. 7 mei 2017 onder parketnummer 09-083013-17.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreekt de verdachtedaarvan
vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk,
mr. R.M. Bouritius en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier mr. W. Jansen.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 28 november 2018.
Mr. B.P. de Boer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.