ECLI:NL:GHDHA:2018:319
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitbreiding zorgregeling met week in zomervakantie voor minderjarige
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de zorgregeling voor hun minderjarige kind, waarbij de vader in hoger beroep verzoekt om uitbreiding van de bestaande weekendregeling met een vakantieregeling.
De rechtbank Rotterdam had eerder een weekendregeling vastgesteld, waarbij de vader de minderjarige om de twee weken in het weekend bij zich had. De vader stelde dat de communicatie tussen partijen verbeterd was en dat uitbreiding in het belang van het kind was, onder meer om de relatie met de vader te versterken en de minderjarige te ondersteunen bij schoolwerk.
De moeder betwistte dit en gaf aan dat de communicatie slecht bleef, dat de minderjarige zich aanpaste aan de situatie bij de vader en dat uitbreiding haar zou belasten. Ook wees zij op psychische problemen van de vader en het blokkeren van delen van een rapport van het Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek.
Het hof constateerde een zorgelijk beeld van de positie van de minderjarige, die in een loyaliteitsconflict verkeert en emotioneel lijdt onder de langdurige strijd tussen ouders. Verdere confrontaties tussen ouders acht het hof niet in het belang van het kind. Het hof oordeelde dat de bestaande regeling het maximaal haalbare is, maar besloot de zorgregeling uit te breiden met een extra week in de zomervakantie om de vader meer contact met de minderjarige te geven.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De zorgregeling wordt uitgebreid met een week in de zomervakantie ten behoeve van de minderjarige.