ECLI:NL:GHDHA:2018:3187
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens benadelingsbedrag onder drempel sociale zekerheidsfraude
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor sociale zekerheidsfraude met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. In hoger beroep werd het vonnis bevestigd, waarna de Hoge Raad het arrest vernietigde en de zaak terug verwees naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Het hof onderzocht het benadelingsbedrag dat de verdachte zou hebben veroorzaakt. Volgens de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude geldt een drempel van €50.000; alleen bij een nadeel van deze omvang of meer is strafvervolging toegestaan. De advocaat-generaal stelde dat het gezamenlijke nadeel van verdachte en een ander ruim €90.000 bedroeg, maar het hof oordeelde dat het nadeel van de andere persoon niet bij dat van verdachte mag worden opgeteld.
Het hof stelde vast dat het benadelingsbedrag van de verdachte alleen lager is dan €50.000. Daarom had het openbaar ministerie niet tot strafvervolging mogen overgaan. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens een benadelingsbedrag onder de drempel van €50.000.