Uitspraak
Rolnummer hoofdzaak : BK-17/00717 t/m BK-17/00722
[X]
verzoeker.
Gerechtshof Den Haag
Verzoeker diende op 12 november 2018 een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter van de meervoudige belastingkamer, vanwege de afwijzing van een verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling gepland op 13 november 2018. Het uitstelverzoek was gebaseerd op een lopende uitspraak van de Hoge Raad over een vergelijkbaar juridisch geschil.
De wrakingskamer beoordeelde dat het afwijzen van een uitstelverzoek een procedurele beslissing is en dat onvrede over zo'n beslissing op zichzelf onvoldoende grond is voor wraking. Er moet sprake zijn van uitzonderlijke omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.
Aangezien verzoeker eerder al een soortgelijk wrakingsverzoek had ingediend dat eveneens was afgewezen, oordeelde de wrakingskamer dat het huidige verzoek kennelijk ongegrond was en misbruik van recht opleverde. Daarom werd het verzoek afgewezen en bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker niet in behandeling worden genomen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker worden niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.