ECLI:NL:GHDHA:2018:3085

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
20 november 2018
Publicatiedatum
12 november 2018
Zaaknummer
200.207.806/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis en toewijzing proceskosten in auteursrechtzaak

In deze civiele auteursrechtzaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 20 november 2018 uitspraak gedaan in hoger beroep. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank Den Haag, sector kanton, bekrachtigd, zoals verbeterd bij een eerder vonnis.

Appellant had geen verweer gevoerd tegen de specificatie van de proceskosten van geïntimeerde, die waren begroot op € 5.442,67. Het hof overwoog dat deze kosten ruim onder het indicatietarief van € 8.000,- voor een eenvoudige bodemzaak liggen en dat de zaak niet als zeer eenvoudig kan worden aangemerkt. Daarom achtte het hof de kosten redelijk en evenredig en wees deze volledig toe.

De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee komt een einde aan het hoger beroep, waarbij de eerdere vonnissen ongewijzigd blijven en appellant wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan geïntimeerde.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep van € 5.442,67.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.207.806/01
Zaaknummer rechtbank : 4926219 \ RL EXPL 16-8585
arrest van 20 november 2018
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. A.J.J. Kreutzkamp te Valkenburg aan de Geul,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. M. Driessen te Rotterdam.

1.Het geding

1.1.
Op 3 juli 2018 heeft het hof een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot dan toe wordt verwezen naar rechtsoverweging 1.1 van dat tussenarrest.
1.2.
Bij het tussenarrest is [appellant] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de specificatie van de proceskosten van [geïntimeerde]. [appellant] heeft geen gebruik gemaakt van die gelegenheid.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat geen van de grieven van [appellant] slaagt en dat de bestreden vonnissen dus moeten worden bekrachtigd, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep overeenkomstig artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.2.
Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] zijn proceskosten gespecificeerd en begroot op een bedrag van in totaal € 5.442,67. [appellant] heeft geen verweer gevoerd tegen die kostenopgave. Omdat de kosten ook ruim onder het indicatietarief liggen dat de gerechtshoven hanteren voor een eenvoudige bodemzaak (€ 8.000,-), en mede gelet op het oordeel van het hof bij het tussenarrest dat deze zaak niet kan worden aangemerkt als een zeer eenvoudige, niet bewerkelijke zaak, moet worden geconcludeerd dat de kosten redelijk en evenredig zijn en zal het hof de gevorderde kosten dus volledig toewijzen.
3.
De beslissing
Het hof
3.1.
bekrachtigt het door de rechtbank Den Haag, sector kanton, tussen partijen gewezen vonnis van 3 oktober 2016, zoals verbeterd bij vonnis van 10 november 2016;
3.2.
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 5.442,67;
3.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mr. P.H. Blok, mr. M.P.J. Ruijpers en mr. C.J.J.C. van Nispen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2018 in aanwezigheid van de griffier.