ECLI:NL:GHDHA:2018:298
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering kinderalimentatie wegens niet-verwijtbare inkomensdaling en blijvende verminderde verdiencapaciteit
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die de kinderalimentatie vanaf 15 juli 2017 op €273,37 per maand had vastgesteld. Hij betoogde onvoldoende draagkracht te hebben vanwege een dalend inkomen en gezondheidsproblemen die zijn verdiencapaciteit beperken. De moeder betwistte dit en stelde dat de vader zelf verantwoordelijk is voor zijn inkomensverlies en onvoldoende inspanningen heeft geleverd om dit te verbeteren.
Het hof stelde vast dat de vader en moeder getrouwd waren en samen een minderjarige dochter hebben, die bij de moeder woont. De vader had eerder al een lagere alimentatie van €25 per maand betaald. Uit de stukken bleek dat het inkomen van de vader in 2016 en 2017 niet boven het bijstandsniveau uitkwam en dat hij medische klachten heeft die zijn verdiencapaciteit beperken. De vader kon niet worden verweten dat zijn inkomen daalde.
Het hof oordeelde dat de vader niet meer inspanningen kan worden gevergd om zijn inkomen te verhogen en besloot de alimentatie te verlagen naar €25 per maand vanaf 15 juli 2017. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De moeder kreeg geen kostenveroordeling. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt verlaagd naar €25 per maand vanaf 15 juli 2017 wegens niet-verwijtbare inkomensdaling en blijvende verminderde verdiencapaciteit.