ECLI:NL:GHDHA:2018:2886
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- A.H.N. Stollenwerck
- A. Zonneveld
- A.R.J. Mulder
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep inzake nakoming omgangsregeling bij omgangshuis
De man is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam waarin zijn vordering tot nakoming van een omgangsregeling werd afgewezen. De omgangsregeling hield in dat de man contact zou hebben met zijn minderjarige kind bij het omgangshuis Horizon.
Tijdens de procedure is gebleken dat het traject bij het omgangshuis inmiddels is afgerond en het dossier gesloten, waardoor nakoming van de omgangsregeling zoals verzocht niet langer mogelijk is. Het hof stelt vast dat de feiten zoals vastgesteld door de voorzieningenrechter niet in geschil zijn en dat ook het hof deze feiten overneemt.
De man heeft meerdere grieven aangevoerd, waaronder dat de voorzieningenrechter ten onrechte bepaalde stukken buiten beschouwing liet en dat de reden voor het niet naleven van de omgangsregeling onjuist is vastgesteld. Het hof oordeelt echter dat het belang bij het hoger beroep is komen te vervallen omdat het omgangshuis het dossier heeft gesloten en de zaak terugverwezen is naar de rechtbank.
Het hof ziet daarom geen aanleiding om de grieven inhoudelijk te behandelen en wijst het hoger beroep af. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 14 augustus 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat nakoming van de omgangsregeling niet meer mogelijk is en het belang bij het beroep is vervallen.