ECLI:NL:GHDHA:2018:2797
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Eigendom van auto bij beëindiging samenleving ondanks kentekenregistratie op naam vrouw
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen. De man kocht een auto en betaalde deze, maar het kenteken stond op naam van de vrouw vanwege het ontbreken van een vast adres bij de man. De rechtbank oordeelde dat de man eigenaar was en veroordeelde de vrouw tot afgifte van het kentekenbewijs en tenaamstellingscode.
De vrouw ging in hoger beroep en stelde dat zij eigenaar was omdat zij de auto betaalde, de lasten droeg en het kenteken op haar naam stond. Het hof verwierp deze grieven omdat de vrouw geen bewijs leverde van betaling of eigendom, en het wettelijke vermoeden van eigendom bij de houder (de man) niet werd weerlegd.
De verklaring van een getuige die de stelling van de man ondersteunde werd geaccepteerd. De vrouw werd veroordeeld in de proceskosten. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat de vrouw de tenaamstellingscode en het kentekenbewijs aan de man moet afgeven.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de man eigenaar is van de auto en veroordeelt de vrouw tot afgifte van het kentekenbewijs en betaling van proceskosten.