Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 21 augustus 2018
Het verdere verloop van het geding
De verdere beoordeling van het hoger beroep
- opposanten hebben misbruik gemaakt van de zwakke persoonlijkheid van geopposeerde, het gebrek aan financieel inzicht bij geopposeerde en hebben de omstandigheden om geopposeerde heen zo gecreëerd dat geopposeerde van hen afhankelijk werd, waardoor geopposeerde zich ook afhankelijk van hen voelde zoals blijkt uit zijn uitspraak ter comparitie op 22 november 2013: ”Ik stond als het ware met mijn rug tegen de muur. Ik tekende omdat ik dan van het gezeur af was”;
- uit de verklaringen van de gehoorde getuigen kan de conclusie worden getrokken dat geopposeerde een moeilijke jeugd heeft gehad, waarbij enerzijds alles voor hem door derden werd verzorgd en hij zelfs daardoor bij een arts moest gaan wonen, terwijl anderzijds er veel van hem werd verwacht waartoe hij niet altijd in staat was. Afhankelijkheid versus verantwoordelijkheid. De oplossing voor dit dilemma heeft geopposeerde vervolgens gezocht in een fantasiewereld, althans een wereld die ver stond van de werkelijke wereld, waar hij zijn verantwoordelijkheden aan derden kon overlaten;
- uit de feiten in deze zaak blijkt dat opposanten geopposeerde verzorgden en fêteerden (weliswaar van zijn eigen geld) en geopposeerde paaiden door hem te betrekken bij hun verbouwing in Frankrijk. De juiste aanpak was om van geopposeerde het volle vertrouwen te krijgen en dit vertrouwen vervolgens te misbruiken. De uitspraak van de heer [broer van geopposeerde] : “ Het ligt niet in zijn natuur om zijn hele hebben en houden weg te geven.” is dan ook veelzeggend en bewijst dat oppossanten de betalingen aan hen uit het vermogen van geopposeerde slechts door misbruik van omstandigheden hebben verkregen;
- door het verspreiden van leugens over geopposeerde hebben opposanten getracht de familie van geopposeerde te laten vervreemden, om hierdoor ongestoord hun praktijken met betrekking tot geopposeerde te kunnen voortzetten.
- de periode van 2008 tot 2012;
- misbruik van omstandigheden;
- die geopposeerde hebben gebracht tot het doen van de gewraakte betalingen (causaliteitseis);
- zonder welk misbruik deze betalingen niet zouden zijn verricht.
- zoals helaas veelvuldig in deze procedure als ook in eerste aanleg is gebeurd, worden in de processtukken feitelijke onjuistheden voorgelegd als feiten en wordt ook veel te veel informatie gecreëerd en overgelegd die niet ter zake doet;
- vervolgens wordt in de akte onder het kopje: “In rechte staat inmiddels vast dat:” een groot aantal zogenaamde feiten geciteerd die door het hof zouden zijn vastgesteld. Nauwkeurige lezing van deze opsomming leert echter dat het hier allemaal rechtsoverwegingen betreft die (veelal ook nog uit hun verband gerukt) afkomstig zijn uit het oorspronkelijke vonnis in eerste aanleg, waar het hof dus grotendeels anders over heeft geoordeeld in het arrest. Ook dit is weer een vorm van na napleiten die geen pas geeft en die bovendien leidt tot een volstrekt onjuiste voorstelling van zaken. Het hof heeft immers in het arrest van 14 maart 2017 feiten vastgesteld die de geciteerde rechtsoverwegingen deels corrigeren;
- de advocaat en de zoon ( [zoon twee] ) van geopposeerde schetsen een beeld dat door geen enkele verklaring of medisch bewijsstuk wordt onderbouwd;
- geopposeerde was een academisch geschoolde man die genoot van zijn vrije leven en van de liefde die hij van opposanten ontving en hij was volledig rationeel in zijn beslissingen;
- de broer en de zuster van geopposeerde hebben in de betreffende periode niet of nauwelijks contact gehad (de getuigen die gehoord zijn op verzoek van geopposeerde);
- op basis van deze gedeeltelijke citaten blijkt dat beide getuigen weliswaar formeel broer en zus zijn van geopposeerde maar op zulke afstand van hun broer leefden dat zij geen enkele inzage hadden (uit eigen waarneming) in zijn geestesgesteldheid, in zijn interacties met beide zonen, zijn leefomgeving, zijn medische staat etcetera;
- de getuigen hebben niets verklaard over eventueel misbruik van omstandigheden in de periode 2008 - 2012 die leiden tot het doen van de gewraakte betalingen;
- er was geen sprake van een oud, krakkemikkig mannetje dat werd overheerst door een zoon en dat geen eigen wil had.
(Hof:geopposeerde)kennen als een intelligente, erudiete en charmante man wiens grote kunsthistorische kennis nog heel sterk was... Zijn bewustzijn was helder, een aangekaart probleem kon hij vanuit zijn intelligentie en bevattingsvermogen goed begrijpen maar de volgende dag leek hij de grote lijn niet meer te kennen. Dat hij achteraf volledig onwetend en onbewust zou zijn van belangrijke kwesties en aangegane verplichtingen zoals nu beweerd wordt is mijn inziens niet reëel... Concluderend moet mij van het hart dat tante [naam echtgenote] en ik grote bewondering hebben voor de inzet en zorg voor [de vader] van jullie over een reeks van jaren. Wij hebben dit als Oom en Tante, ervaringsdeskundige en - last but not least - als oud-psychiatrische deskundige kunnen constateren. Gezien het bovenstaande is het uitgesloten dat de inhoud van deze dagvaarding uit de koker van [de vader] komt maar hem is gesouffleerd door zijn oudste zoon [zoon twee] ... Ik heb er alle begrip voor dat [zoon twee] schrok toen bleek dat de erfenis van zijn Grootmoeder verdampt was, deze schrik heeft hij indirect wel aan zichzelf te danken door zijn Vader jarenlang te negeren en te verwaarlozen. De vraag is niet zozeer wat doet [de vader] maar wat [zoon twee] doet of volhardt hij in het “noblesse non oblige”?”.