ECLI:NL:GHDHA:2018:2708
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- L.F. Gerretsen-Visser
- M.C.R. Derkx
- H.P.Ch. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling in hoger beroep
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor mishandeling van een persoon op 29 mei 2012. De advocaat-generaal had een veroordeling met taakstraf gevorderd, maar het hof oordeelde anders.
Uit het dossier bleek dat zowel verdachte als aangeefster elkaar beschuldigden van mishandeling, maar de cruciale processen-verbaal van aanhouding ontbraken, waardoor niet kon worden vastgesteld of de aangeefster daadwerkelijk letsel had opgelopen op de datum van het ten laste gelegde. Camerabeelden waren vaag en boden onvoldoende bewijs dat verdachte daadwerkelijk heeft geslagen. Foto’s van letsel waren niet gedateerd en er ontbrak een verklaring over de datum.
Het hof achtte het bewijs onvoldoende om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte het ten laste gelegde had gepleegd. Daarom sprak het hof verdachte vrij. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken en de benadeelde partij niet-ontvankelijk werd verklaard. Er werden geen kosten aan verdachte opgelegd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs mishandeling.