Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Rolnummer rechtbank: 5454108 RL EXPL 16-28937
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
gedachten over de weerlegging van mevr. [naam ex] en advocaat” van [de man] . In de e-mail staat onder meer: “
vistoel, slaapzak, en het vispak behoren mijn ook toe bij het pak hoort een jas die is wel in mijn bezit. Van de meesten dingen zijn er twee gekocht voor ieder een. Ook hier ontbreken dingen zoals hengel, piepers delkin, regen parasol, windscherm, witvis spullen en een rugzak vol haakjes, lood en bij behorende karper spullen” en “
er zijn zo als ik eerder heb gezegd gezamenlijk vis spullen gekocht, alleen wenst Mevr. [naam ex] niks aan mijn terug te geven(…)”. [de vrouw] benadrukt dat deze
[een derde] kan morgen een aantal kleinen spullen ophalen (…)” , waarna een opsomming van goederen volgt. In deze opsomming staan onder meer vermeld: “
mijn papieren’ en “
kleding wat er nog ligt”. In antwoord op die e-mail schrijft [de vrouw] aan [de man] : “
Morgen ben ik de hele dag weg, ik zoek eerst alles uit daar heb ik nu geen tijd voor.(…)”. Oftewel, naar het hof begrijpt: [de vrouw] zal uitzoeken welke van de door [de man] genoemde goederen zij heeft. Een erkenning van het onder zich hebben daarvan valt in de e-mail niet te lezen. In de e-mail van [de man] ontbreekt bovendien een specificatie van de door hem genoemde ‘papieren’ en ‘kleding’ alsook de vermelding van de cd’s en dvd’s. Derhalve zal het hof ook in dit opzicht het vonnis bekrachtigen.