ECLI:NL:GHDHA:2018:2572
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging voorlopige regeling zorg- en opvoedtaken en vakantie toestemming in familierechtelijke zaak
Partijen, voormalig gehuwd en gezamenlijk houders van het ouderlijk gezag over twee minderjarige dochters, zijn in geschil over de voorlopige verdeling van zorg- en opvoedtaken en de toestemming voor een vakantie in het buitenland.
De voorzieningenrechter had een voorlopige regeling vastgesteld waarbij de reguliere zorgregeling vanaf eind juli 2018 zou worden hervat en de man vervangende toestemming kreeg voor een vakantie van twee weken met de kinderen naar het buitenland. De vrouw was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep met meerdere grieven.
Het hof oordeelt dat de zorgregeling in een vergevorderd stadium van opbouw is en geen aanleiding bestaat deze terug te draaien. Ook is op basis van whatsapp-berichten vastgesteld dat de vrouw akkoord was met de vakantie, en is geen sprake van druk of onrechtmatigheid. De vrees van de vrouw voor weglopen van een kind en de omstandigheden van de kinderen rechtvaardigen geen wijziging.
De vrouw stelde verder dat een bijzondere curator benoemd moest worden vanwege ernstige ontwikkelingsproblemen bij de kinderen, maar het hof vindt onvoldoende grond voor conflicterende belangen tussen ouders en kinderen en wijst dit af.
Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst alle grieven van de vrouw af.