ECLI:NL:GHDHA:2018:2569
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gelijk draagplicht ex-partners voor gezamenlijk afgesloten flexibel krediet
Partijen, ex-partners die een geregistreerd partnerschap hadden, zijn in geschil over de interne draagplicht van een gezamenlijk afgesloten flexibel krediet bij ABN AMRO bank.
De man betwist dat hij gehouden is tot betaling van de helft van de schuld, omdat hij niet van het krediet zou hebben geprofiteerd en stelt dat hij onder dwang betalingen heeft gedaan. De vrouw stelt dat partijen samen van het krediet hebben geprofiteerd en dat zij een onderlinge afspraak hadden over de verdeling van de lasten.
Het hof oordeelt dat partijen het krediet gezamenlijk zijn aangegaan en dat de man, anders dan hij stelt, heeft erkend mee te betalen. Het hof vindt dat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat hij niet van het krediet heeft geprofiteerd en dat de vrouw de betalingen niet als aflossing heeft ontvangen. Daarom is de man gehouden tot de helft van de verplichtingen.
Omdat de vrouw nog niet meer dan 50% van de schuld heeft betaald, bestaat er geen regresvordering. Het hof vernietigt het bestreden vonnis en verklaart dat partijen gelijk draagplichtig zijn, met compensatie van de proceskosten.
Uitkomst: Partijen zijn ieder voor de helft draagplichtig voor de schuld uit het flexibel krediet; het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd.