ECLI:NL:GHDHA:2018:2527
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring Openbaar Ministerie na overlijden verdachte
In deze strafzaak tegen de verdachte is gebleken dat de verdachte op 1 augustus 2018 is overleden. Volgens artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt door het overlijden van de verdachte het recht tot strafvordering. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie niet langer bevoegd is om de verdachte te vervolgen.
Het hof overweegt dat hoewel in de jurisprudentie vaak wordt gecombineerd met vernietiging van de bestreden uitspraak, hiervoor geen uitdrukkelijke principiële motieven zijn gegeven. Het hof kiest ervoor om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren zonder het bestreden vonnis te vernietigen, omdat het recht tot strafvordering met het overlijden van de verdachte ophoudt te bestaan.
De bestreden uitspraak blijft daardoor in stand, maar heeft geen executoriale titel meer, ook niet ten opzichte van de benadeelde partij. Het hof wijst erop dat een andere opvatting, waarbij ook een vrijspraak na overlijden zou worden vernietigd, niet juist is. Het arrest is gewezen door drie rechters en uitgesproken op 30 augustus 2018.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte.