Uitspraak
- namens de vader mr. A.E. Barendsen, kantoorgenoot van mr. Dreesmann-Bruijntjes;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de bijzondere curator;
- mevrouw [naam] namens de raad.
Ongeoorloofde overbrenging of vasthouding
Bij de beoordeling van het hoger beroep stelt het hof voorop dat ingevolge artikel 3 lid 1 van Pro het Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980, Trb. 1987, 139 (hierna: het HKOV) het overbrengen of het niet doen terugkeren van een kind als ongeoorloofd wordt beschouwd wanneer:
De gewone verblijfplaats van de minderjarige
Het houdt partijen verdeeld of de rechtbank al dan niet terecht heeft beslist dat de minderjarige onmiddellijk voor de overbrenging naar Nederland op 8 oktober 2016 haar gewone verblijfplaats had in Portugal. Halverwege 2015 is de moeder met de minderjarige verhuisd naar Portugal. De vraag die partijen verdeeld houdt is of de gewone verblijfplaats van de minderjarige hierdoor is gewijzigd van Nederland in Portugal.