ECLI:NL:GHDHA:2018:2406
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Opheffing ondertoezichtstelling wegens ontbreken ernstige ontwikkelingsbedreiging minderjarigen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die haar kinderen onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling wegens zorgen over hun ontwikkeling. De ondertoezichtstelling was aanvankelijk ingesteld vanwege zorgen over schoolverzuim, onvoldoende zorg en contact met de vader.
Tijdens de procedure stelde de moeder dat de situatie was verbeterd door stabiliteit in de thuissituatie en goede schoolprestaties van de kinderen. De raad en de gecertificeerde instelling erkenden dat de problemen waren verminderd, maar wilden de ondertoezichtstelling handhaven om de situatie te monitoren.
Het hof oordeelde dat de minderjarigen niet langer ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Het schoolverzuim was afgenomen, tandartsbezoeken werden nagekomen en het contact met de vader was hersteld. De wens van de raad om de situatie te blijven volgen was onvoldoende grond om de ondertoezichtstelling voort te zetten.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en hief de ondertoezichtstelling per direct op. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt opgeheven wegens het ontbreken van een ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.