ECLI:NL:GHDHA:2018:2307
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens ernstig verstoorde ouderlijke verhouding
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar kinderen onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling voor de periode van een jaar. Zij betoogde dat de bedreigingen onvoldoende waren geconcretiseerd en dat de maatregel te zwaar was, mede omdat zij zelf hulpverlening had ingeschakeld, zoals speciaal onderwijs voor een van de kinderen.
De raad voor de kinderbescherming en de vader stelden dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is vanwege ernstige bedreigingen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. De ouders zijn niet in staat om samen een eenduidige opvoedingslijn te volgen, wat de ontwikkeling van de minderjarigen schaadt. De hulpverlening in het vrijwillig kader is onvoldoende gebleken.
Het hof oordeelde dat de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling volgens artikel 1:255 BW Pro zijn vervuld. De langdurige en ernstige strijd tussen de ouders belemmert de ontwikkeling van de kinderen. De hulpverlening zonder ondertoezichtstelling is ontoereikend, en het is niet te verwachten dat de situatie op korte termijn verbetert. Daarom wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek van de moeder tot bekorting van de ondertoezichtstelling afgewezen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt bekrachtigd en het verzoek tot bekorting afgewezen.