ECLI:NL:GHDHA:2018:2273
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en partneralimentatie na echtscheiding met wijziging draagkracht
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de man tegen een beschikking inzake kinderalimentatie en partneralimentatie na echtscheiding. De man verzocht vermindering van zijn alimentatieverplichtingen wegens een inkomensdaling die hij niet verwijtbaar achtte, mede door beëindiging van zijn dienstverband en aflossing van huwelijkse schulden.
De vrouw betwistte dit en stelde dat de man onvoldoende inspanningen had geleverd om zijn inkomen op peil te houden en dat de schulden niet relevant waren voor de draagkracht. Het hof oordeelde dat de inkomensvermindering van de man niet verwijtbaar was en dat zijn keuze voor een lagere functie acceptabel was. De aflossingen op huwelijkse schulden werden erkend en meegenomen in de draagkrachtberekening.
De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op basis van haar inkomen en zorgtaak. Het hof hield rekening met een zorgkorting voor de man, die werd aangepast na zijn verhuizing en wijziging van de zorgregeling. De partneralimentatie werd vastgesteld op nihil vanaf 1 mei 2017, en de kinderalimentatie werd vastgesteld op €217 per maand tot 1 juni 2018 en €267 daarna. Terugbetaling van te veel betaalde alimentatie werd afgewezen vanwege het consumptieve karakter en de financiële situatie van de vrouw.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt per 1 mei 2017 op nihil gesteld en de kinderalimentatie op €217 per maand tot 1 juni 2018 en €267 daarna.