ECLI:NL:GHDHA:2018:226
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Schorsing van dwangsombeslissing in hoger beroep personen- en familierecht
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Den Haag op 31 januari 2018 een verzoek tot schorsing van de werking van een dwangsombeslissing van de rechtbank Rotterdam behandeld. De vrouw, verzoekster in hoger beroep, vroeg om schorsing van de dwangsommen die gekoppeld zijn aan omgangsbegeleiding en informatieregelingen met betrekking tot haar zoon.
Tijdens de mondelinge behandeling verschenen partijen persoonlijk met hun advocaten. Het hof overwoog dat hoewel de man belang heeft bij het opstarten van contact met zijn zoon en dat de vrouw de regelingen naleeft, het belang van de vrouw om zonder de druk van dwangsommen te leven zwaarder weegt. De vrouw ervaart grote psychische druk en angst, wat haar leven ontregelt.
Het hof besloot daarom de werking van de dwangsombeslissing te schorsen gedurende de hoger beroepsprocedure, zodat de vrouw de gelegenheid krijgt de naleving van de regelingen te tonen zonder stress door dreiging van dwangsommen. De zaak zal op een later tijdstip worden voortgezet.
Uitkomst: De werking van de dwangsombeslissing van de rechtbank Rotterdam wordt geschorst gedurende de hoger beroepsprocedure.