ECLI:NL:GHDHA:2018:2254
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- E.A. Mink
- A.H.N. Stollenwerck
- J.M. van Baardewijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep internationale kinderontvoering en teruggeleiding minderjarige afgewezen
In deze zaak staat het verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige naar haar moeder in [land 2] centraal, waarbij het hof het hoger beroep van de vader behandelt tegen een eerdere beschikking die de terugkeer gelastte.
De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over de minderjarige. De minderjarige is ondergebracht bij een pleeggezin op een geheime locatie vanwege ernstige zorgen over haar veiligheid en welzijn. De vader is gedetineerd in [land 1], waardoor hij niet bij de zitting aanwezig kon zijn.
Het hof overweegt dat de moeder het gezag daadwerkelijk uitoefent en dat de terugkeer in beginsel moet worden gelast volgens het HKOV, tenzij een weigeringsgrond geldt. De vader voert aan dat er mishandeling en gevaar voor de minderjarige bestaat bij terugkeer, ondersteund door rapportages van de gecertificeerde instelling en verklaringen van oudere kinderen.
Het hof stelt vast dat er ernstige zorgen zijn over het gedrag van de minderjarige en de situatie bij de moeder, inclusief het agressieve gedrag van haar nieuwe partner en het ontbreken van adequate voorzieningen in [land 2]. De moeder weigert begeleide omgang en toont geen vertrouwen in jeugdzorg, wat het belang van de minderjarige schaadt.
Op grond van artikel 13 lid 1 sub b HKOV Pro oordeelt het hof dat terugkeer de minderjarige blootstelt aan lichamelijk of geestelijk gevaar en wijst het verzoek tot teruggeleiding af. De bestreden beschikking wordt vernietigd, proceskosten worden gecompenseerd en de bijzondere curator wordt ontslagen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar de moeder af wegens ernstig gevaar voor het kind.