ECLI:NL:GHDHA:2018:2006

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
8 augustus 2018
Publicatiedatum
9 augustus 2018
Zaaknummer
22-004848-17
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling te Leiden

Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor mishandeling van een aangever in Leiden op circa 20 maart 2016.

De advocaat-generaal had gevorderd dat het hof het vonnis zou vernietigen en verdachte alsnog zou veroordelen tot een geldboete of vervangende hechtenis. De verdediging voerde verweer en stelde dat het bewijs onvoldoende was.

Na onderzoek van de bewijsmiddelen en het horen van getuigen constateerde het hof dat de verklaringen wisselend waren en dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte de mishandeling had gepleegd.

Daarom vernietigde het hof het vonnis waarvan beroep en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde mishandeling. Het arrest werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter niet kon ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mishandeling.

Uitspraak

Rolnummer: 22-004848-17
Parketnummer: 09-168180-16
Datum uitspraak: 8 augustus 2018
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 30 oktober 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1995,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 25 juli 2018.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,-, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,-, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 20 maart 2016 te Leiden [aangever] heeft mishandeld door tegen diens wang, althans tegen diens gezicht en/of hoofd te stompen en/of te slaan.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof kan op basis van de bewijsmiddelen en gelet op de diverse afgelegde en wisselende getuigenverklaringen, niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde mishandeling heeft begaan.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein,
mr. M.J.J. van den Honert en mr. W.M. Limborgh, in bijzijn van de griffier mr. M.S. Ferenczy.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 augustus 2018.
Mr. W.M. Limborgh is buiten staat dit arrest te ondertekenen.