ECLI:NL:GHDHA:2018:1918
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel gezamenlijk gezag na beëindiging wegens niet meewerken zorgregeling
De moeder verzocht het gerechtshof Den Haag om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind te herstellen nadat dit eerder was beëindigd wegens haar niet meewerken aan de zorgregeling. De vader heeft sinds februari 2017 het eenhoofdig gezag en de minderjarige woont bij hem. De moeder wil dat het gezamenlijk gezag wordt hersteld en dat het kind weer bij haar komt wonen.
Het hof heeft de feiten van de rechtbank Rotterdam overgenomen, waaronder de langdurige conflicten tussen ouders over omgang en de ontwikkeling van het kind, en het feit dat de moeder niet meewerkte aan noodzakelijke hulpverlening. De gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming hebben aangegeven dat gezamenlijk gezag niet haalbaar is vanwege de aanhoudende strijd en het loyaliteitsconflict bij het kind.
Het hof oordeelt dat de wijziging van omstandigheden onvoldoende is om het eenhoofdig gezag van de vader te wijzigen. Het belang van het kind staat voorop en het herstel van gezamenlijk gezag zou leiden tot hernieuwde conflicten en onrust. Daarom wordt het verzoek van de moeder afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot herstel van het gezamenlijk gezag wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.