ECLI:NL:GHDHA:2018:1679
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- I. Obbink-Reijngoud
- D. Wachter
- L.N.A. van Veen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep partneralimentatie na berusting
Partijen zijn gehuwd geweest en hun huwelijk is ontbonden door echtscheiding op 29 november 2017. De rechtbank heeft partneralimentatie vastgesteld op €1.027 bruto per maand, zoals overeengekomen in een echtscheidingsconvenant. De man is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking en verzocht onder meer om vernietiging van de partneralimentatie.
Het hof overweegt dat de man gedurende de procedure meerdere malen uitdrukkelijk heeft berust in de beschikking en de overeengekomen partneralimentatie. Dit berusten betekent dat hij definitief afstand heeft gedaan van het recht om hoger beroep in te stellen tegen deze beschikking. De man heeft een rechtsgeldige overeenkomst gesloten, die door de rechtbank is bekrachtigd.
Het hof stelt dat een wijziging van partneralimentatie alleen kan worden aangevraagd via een wijzigingsprocedure bij de rechtbank op grond van gewijzigde omstandigheden. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk. Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid wordt afgewezen. De man wordt veroordeeld in de proceskosten van de vrouw, begroot op €2.466. De beschikking wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de partneralimentatiebeschikking.