Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
Vordering van de benadeelde partij [aangever]
teruggave aan de verdachtevan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Gerechtshof Den Haag
Op 15 juni 2017 vond een woninginbraak plaats te Maassluis waarbij geld en een horloge werden gestolen. Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf. In hoger beroep heeft het hof het bewijs onderzocht, waarbij de herkenning van verdachte en zijn medeverdachte door een getuige centraal stond.
Het hof oordeelde dat de signalementsopgave door de aangever aan de getuige onvoldoende onderscheidend was, waardoor de herkenning niet overtuigend kon worden geacht. Ook de latere verklaringen van de aangever waren onvoldoende om het bewijs te versterken, mede vanwege mogelijke beïnvloeding na de aanhouding.
Verder ontbraken aanvullende objectieve bewijzen zoals forensisch onderzoek naar weggeworpen voorwerpen en nader getuigenverhoor. Gezien deze tekortkomingen sprak het hof verdachte vrij. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, en de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd eveneens afgewezen. Inbeslaggenomen voorwerpen werden aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij de woninginbraak en diefstal.