ECLI:NL:GHDHA:2018:1280
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incident tot voeging Stichting Comité Dierennoodhulp in zaak euthanasie Staffordshire terriër
In deze civiele procedure stond een incident tot voeging centraal, waarbij de Stichting Comité Dierennoodhulp zich wilde voegen aan de zijde van de eigenaar van een Staffordshire terriër die door de Staat was onteigend en bestemd was voor euthanasie. De hond was strafvorderlijk in beslag genomen en de officier van justitie had een machtiging tot vervreemding afgegeven met het doel de hond te doden.
De eigenaar had in eerste aanleg een verbod gevorderd tegen het doden van de hond, waarop de voorzieningenrechter de Staat verbood tot euthanasie. De Staat ging in hoger beroep tegen die beslissing. De Stichting wilde zich voegen als partij aan de zijde van de eigenaar, maar de Staat verzette zich hiertegen.
Het hof oordeelde dat de Stichting onvoldoende belang had bij voeging omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij door de uitkomst van de procedure nadelige feitelijke of juridische gevolgen zou ondervinden. Het enkele feit dat de Stichting zich statutair inzet voor dieren in nood was onvoldoende om een direct belang aan te nemen.
De vordering tot voeging werd daarom afgewezen en de Stichting werd veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van antwoord door de eigenaar van de hond.
Uitkomst: De vordering tot voeging van de Stichting Comité Dierennoodhulp werd afgewezen wegens gebrek aan belang.