Uitspraak
Rolnummer hoofdzaak : 17/00717 t/m17/00722
[X] ,
verzoeker.
Gerechtshof Den Haag
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter en raadsheren van de meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Den Haag, naar aanleiding van de afwijzing van zijn verzoek om een extra termijn voor het aanvullen van gronden in hoger beroep.
De wrakingskamer stelde vast dat de afwijzing van het termijnverzoek een processuele beslissing betreft en dat onvrede over een dergelijke beslissing op zichzelf onvoldoende grond is voor wraking. Er waren geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Daarnaast werd het verzoek mede gebaseerd op een klacht over onheus bejegenen door de voorzitter, maar ook hiervoor vond de wrakingskamer geen concrete feiten die partijdigheid zouden aantonen.
Verzoeker was niet verschenen bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek. De wrakingskamer concludeerde dat de rechterlijke onpartijdigheid niet is geschaad en wees het wrakingsverzoek af.
De beslissing werd gegeven op 17 mei 2018 door de wrakingskamer bestaande uit M.E. Honée, W.M.G. Visser en K. Schaffels.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de belastingkamer is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.