Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 8 mei 2018
[appellant],
Stichting Vestia,
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
zijn eerste griefbetoogt [appellant] dat de kantonrechter de uitkomst van de procedure bij de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht had moeten afwachten. De belangenafweging en de motivering van de voorzieningenrechter hadden de kantonrechter tot een ander oordeel moeten leiden. Met
de tweede griefbestrijdt [appellant] het oordeel van de kantonrechter erop neerkomend dat de tekortkoming van [appellant] ernstig genoeg is om de ontbinding te rechtvaardigen. Sluiting van een woning door de burgemeester kan niet automatisch leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst. Daar moeten toereikende gronden voor bestaan. [appellant] heeft bijzondere woonbelangen. Hij heeft een posttraumatisch stress syndroom gekregen nadat hij in 2011 in zijn vorige woning met geweld is overvallen. Hij gebruikt cannabis als medicijn en sinds de overval was zijn gebruik zo groot dat hij voor eigen gebruik is gaan kweken. De hennepkwekerij was klein. [appellant] heeft geen overlast veroorzaakt. Hij is onder behandeling bij de Boumankliniek en die benadrukt het belang van de woning zodat zijn behandeling niet nadelig wordt beïnvloed door het bestaan als dakloze. Bij familie kan [appellant] niet terecht en hij komt vijf jaar lang niet meer in aanmerking voor een sociale huurwoning. Volgens
de derde griefheeft de kantonrechter het belang van Vestia ter voorkoming van schade en overlast ten onrechte evident geacht. De brandgevaarlijke situatie is opgeheven, Stedin heeft geen naheffing gedaan.
De vierde griefis gericht tegen het oordeel dat [appellant] zich op zijn woonbelang beroept, maar dat hij moest weten dat hij dit belang nu juist met de hennepkwekerij op het spel zette.
De eerste griefwordt verworpen. De civiele rechter dient uit te gaan van de juistheid van de beslissing van het bestuursorgaan, ook al staan daar nog rechtsmiddelen tegen open. Indien achteraf blijkt dat het bestuursorgaan een onjuiste beslissing heeft genomen, kan dat wel rechtsgevolgen hebben, maar daarvan is hier geen sprake. De voorzieningenrechter in de sector bestuursrecht heeft in dit geval geoordeeld dat het bestuursorgaan in zoverre een juiste beslissing heeft genomen, dat overgegaan kon (moest) worden tot sluiting, zij het dat die sluiting naar het oordeel van de voorzieningenrechter, gelet op de omstandigheden, van kortere duur zou moeten zijn. Dat de beslissing op bezwaar door de bestuursrechter is vernietigd, heeft [appellant] niet gesteld.
de tweede griefoverweegt het hof als volgt.
de derde en vierde griefworden genoemd, relevant.