Uitspraak
1.Het beklag
[beklaagde],beklaagde, niet te vervolgen ter zake van smaad.
Gerechtshof Den Haag
Klaagster deed aangifte tegen beklaagde wegens smaad, omdat beklaagde een strafdossier waarin klaagster als verdachte van belaging werd aangemerkt, aan derden had getoond. Beklaagde verklaarde het dossier te hebben getoond aan haar leidinggevenden, moeder en vriendinnen om haar ziekteverzuim te verklaren en niet om klaagster te beschadigen. De officier van justitie seponeerde de zaak wegens onvoldoende bewijs.
Het hof heeft het beklag tegen deze beslissing behandeld en concludeert dat het tonen van het dossier niet gericht was op het aantasten van de eer of goede naam van klaagster met het doel dit aan een brede groep bekend te maken. Er is geen aanwijzing dat het dossier aan een willekeurige groep of het publiek is getoond.
Het hof overweegt ook dat indien er wel sprake zou zijn van bekendmaking aan een bredere groep, beklaagde mogelijk een beroep zou kunnen doen op noodzakelijke verdediging. Gezien het ontbreken van voldoende aanknopingspunten voor strafvervolging, wijst het hof het beklag af.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt de beslissing van het OM om niet te vervolgen wegens smaad.