Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
bij vervroeging)
Gerechtshof Den Haag
De moeder verzocht om toestemming voor verhuizing met haar minderjarige kind naar Portugal. De rechtbank wees dit verzoek af, en het hof bevestigde deze beslissing in hoger beroep. De raad voor de kinderbescherming bracht advies uit waarin werd gesteld dat het gezamenlijk gezag van de ouders in het belang van het kind is en dat het contact tussen vader en kind positief en regelmatig verloopt.
Het hof overwoog dat er geen onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. De vader heeft constructief bijgedragen aan het contact, en de moeder bevestigde dat het contact goed verloopt. De raad stelde dat het belang van het kind geschaad zou worden door verhuizing, mede omdat de moeder het contact vanuit Portugal onvoldoende kan ondersteunen en de noodzaak van verhuizing niet is aangetoond.
Het hof nam mee dat de moeder een vaste baan in Nederland heeft en dat haar partner in Portugal geen kinderen heeft, zodat samenwonen in Nederland mogelijk is zonder negatieve gevolgen voor het contact. Het belang van het kind en de vader bij het behoud van frequent contact weegt zwaarder dan het belang van de moeder bij verhuizing. Daarom werd het verzoek tot verhuizing afgewezen en de kosten van het hoger beroep door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het verzoek tot verhuizing met de minderjarige naar Portugal wordt afgewezen vanwege onvoldoende noodzaak en het belang van het behoud van contact tussen vader en kind.