ECLI:NL:GHDHA:2017:657

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
16 februari 2017
Publicatiedatum
14 maart 2017
Zaaknummer
22-002882-16
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 SvArt. 423 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring vonnis wegens ontbreken dagvaarding en terugwijzing naar rechtbank

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor een veroordeling door de politierechter in de rechtbank Den Haag. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 weken met aftrek van voorarrest. Tegen dit vonnis was hoger beroep ingesteld.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep stelde de raadsman een preliminair verweer in dat het onderzoek in eerste aanleg nietig moest worden verklaard. Dit omdat aan de raadsman en verdachte geen afschrift van de dagvaarding was toegezonden conform artikel 51 van Pro het Wetboek van Strafvordering, waardoor zij niet op de terechtzitting van 20 juni 2016 konden verschijnen.

Het hof stelde vast dat het onderzoek van de politierechter had plaatsgevonden zonder dat de raadsman aanwezig kon zijn, terwijl deze wel was toegevoegd. De verdachte was ook niet aanwezig en werd bij verstek veroordeeld. Het hof verklaarde het onderzoek en het vonnis nietig en vernietigde het vonnis. Vervolgens wees het hof de zaak terug naar de rechtbank Den Haag om opnieuw recht te doen.

Deze beslissing volgt de conclusie van de advocaat-generaal en de pleitnota van de raadsman. Het arrest werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter en de griffier het arrest niet konden ondertekenen.

Uitkomst: Het hof verklaart het vonnis nietig en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling.

Uitspraak

Rolnummer: 22-002882-16
Parketnummer: 09-817624-16
Datum uitspraak: 16 februari 2017
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 20 juni 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortejaar] 1982,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op16 februari 2017.
Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen door advocaat-generaal, de verdachte en diens raadsman naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Nietigheid van het onderzoek in eerste aanleg
Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsman het preliminaire verweer gevoerd dat het onderzoek in eerste aanleg nietig is en dat de zaak dient te worden verwezen naar de rechtbank Den Haag conform het bepaalde in artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, een en ander zoals nader toegelicht in de door de raadsman overgelegde pleitnota.
Ter terechtzitting in hoger beroep is komen vast te staan dat, ondanks de omstandigheid dat mr. A.J.F. Gonesh de verdachte op 30 maart 2016 als toegevoegd raadsman heeft bijgestaan tijdens de inbewaringstelling, aan hem geen afschrift van de dagvaarding voor de terechtzitting van 20 juni 2016, conform artikel 51 van Pro het Wetboek van Strafvordering, is toegezonden. De raadsman was daarom niet op de hoogte van de terechtzitting en heeft aldaar niet kunnen verschijnen.
Ook de verdachte is niet ter terechtzitting in eerste aanleg verschenen en hij is bij verstek veroordeeld.
Het hof stelt vast dat het onderzoek ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Den Haag ten onrechte buiten de mogelijkheid van aanwezigheid van de aan verdachte toegevoegde raadsman heeft plaatsgevonden.
Het onderzoek in eerste aanleg van 20 juni 2016 dient derhalve nietig te worden verklaard. Dit brengt mee dat het vonnis waarvan beroep moet worden vernietigd. Tevens dient de zaak, overeenkomstig de conclusie van de advocaat-generaal en hetgeen door mr. A.J.F. Gonesh in zijn pleitnota is betoogd, te worden verwezen naar de rechter die het te vernietigen vonnis heeft gewezen teneinde opnieuw recht te doen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag, teneinde opnieuw recht te doen.
Dit arrest is gewezen door mr. M.P.J.G. Göbbels,
mr. M.J.J. van den Honert en mr. H.W. Samson-Geerlings, in bijzijn van de griffier R. Luijken.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 februari 2017.
Mr. H.W. Samson-Geerlings en de griffier R. Luijken zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.