ECLI:NL:GHDHA:2017:615
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- E.A. Mink
- C. van Nievelt
- A.E. Sutorius-van Hees
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering straat- en contactverbod na beëindiging affectieve relatie
In deze zaak vordert [de vrouw] een straat- en contactverbod tegen [de man], met een dwangsom, na beëindiging van hun affectieve relatie en een periode van detentie van [de man]. De voorzieningenrechter wees de vordering af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang, mede omdat een rechter-commissaris reeds een contactverbod als bijzondere voorwaarde aan de schorsing van de inbewaringstelling had verbonden.
Het hof oordeelt dat ondanks deze bijzondere voorwaarde een civielrechtelijk verbod nog steeds relevant kan zijn, omdat de voorwaarden kunnen wijzigen zonder invloed van [de vrouw]. Het hof erkent het spoedeisend belang van de vordering, maar stelt vast dat sinds april 2016 geen contact meer is geweest tussen partijen en dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen.
Gelet op het belang van de bewegingsvrijheid van [de man] en het ontbreken van actuele feiten die een verbod rechtvaardigen, bekrachtigt het hof het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep af. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat het straat- en contactverbod niet wordt toegewezen.