ECLI:NL:GHDHA:2017:608
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor schade aan vrachtwagen door fout kraanmachinist
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid voor schade aan een vrachtwagen centraal. De appellanten, gezamenlijk aangeduid als Hoofdstad c.s., vorderen vergoeding van schade aan hun oplegger en trekker, alsmede de huurkosten van een vervangende combinatie. De geïntimeerde, Waalhaven Botlek Terminal B.V. (WBT), voert verweer en betwist onder meer de aansprakelijkheid voor de huurkosten.
Het hof heeft in een tussenarrest bewijslevering toegelaten en nader getuigenverhoor gehouden. Uit de verklaringen blijkt dat de oplegger was voorzien van pinnen en twistlocks, waarbij het niet vaststaat dat deze niet meer kunnen vastslaan nadat ze zijn losgemaakt. De chauffeur heeft schriftelijk verklaard dat hij de pinnen en twistlocks heeft losgemaakt en gecontroleerd. Er is onvoldoende bewijs dat de chauffeur een fout heeft gemaakt.
De kraanmachinist daarentegen wordt verweten door te zijn blijven door hijsen terwijl de chauffeur een sein gaf om te stoppen. Getuigenverklaringen ondersteunen dat de machinist niet volgens de gebruikelijke procedure handelde. Het hof concludeert dat de kraanmachinist een fout heeft gemaakt en WBT, behoudens exoneratie, aansprakelijk is voor de schade.
De vergoeding van de schade aan oplegger en trekker is erkend door WBT, maar de huurkosten van vervangend vervoer worden betwist op grond van uitsluiting in de VRTO-voorwaarden. Hoofdstad c.s. krijgt gelegenheid om zich hierover uit te laten. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: Kraanmachinist aansprakelijk voor schade; zaak aangehouden voor verdere beslissing over huurkosten vervangend vervoer.