ECLI:NL:GHDHA:2017:56
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C. van Nievelt
- I. Obbink-Reijngoud
- N.P.C. van Wijk
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezag moeder en verlenging ondertoezichtstelling minderjarige
In deze zaak staat het hoger beroep van de moeder centraal tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam om het ouderlijk gezag over vier minderjarigen te beëindigen en de ondertoezichtstelling van een vijfde minderjarige te verlengen. De moeder betwistte de beëindiging van het gezag en de verlenging van de ondertoezichtstelling, stellende dat haar situatie inmiddels stabiel is en zij in staat is tot een veilige opvoeding.
Het hof overweegt dat de minderjarigen al geruime tijd in pleeggezinnen verblijven waar zij een stabiele en veilige opvoedingssituatie ervaren. De moeder heeft een laag IQ en beperkte opvoedvaardigheden, werkt wisselend mee met hulpverlening en heeft in het verleden niet adequaat gezorgd voor de veiligheid van de kinderen. De aanvaardbare termijn voor terugkeer van de kinderen is verstreken.
Ten aanzien van de ondertoezichtstelling van de vijfde minderjarige is het hof van oordeel dat de wettelijke gronden voor verlenging aanwezig zijn. De moeder onderhoudt nog contact met haar ex-partner die in een TBS-kliniek verblijft, wat risico's kan opleveren. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over vier minderjarigen en verlengt de ondertoezichtstelling van een vijfde minderjarige.