ECLI:NL:GHDHA:2017:52
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- G. Dulek-Schermers
- M.P.J. Ruijpers
- H.C. Grootveld
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake goedkeuring onderhandse verkoop woning
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam die het verzoek van ABN AMRO tot goedkeuring van de onderhandse verkoop van een woning aan een adres te een plaats heeft toegewezen. Appellant voerde aan dat de taxatie onjuist was en dat bij openbare verkoop een hogere opbrengst mogelijk was geweest.
Het hof stelt vast dat op grond van het appelverbod in art. 3:268 lid Pro 3, tweede zin, BW tegen deze beschikking geen hoger beroep openstaat, tenzij wordt geklaagd dat de rechter buiten het toepassingsgebied van de wetsbepaling is getreden, de wetsbepaling ten onrechte heeft toegepast of buiten toepassing heeft gelaten. Appellant heeft in het beroepschrift geen expliciete gronden aangevoerd die het appelverbod doorbreken.
Tijdens de mondelinge behandeling stelde appellant impliciet dat het appelverbod doorbroken moest worden omdat de rechtbank buiten het toepassingsgebied van art. 3:268 lid 2 BW Pro zou zijn getreden, maar dit is onvoldoende onderbouwd. Het hof ziet daarom geen reden om af te wijken van het appelverbod en verklaart appellant niet-ontvankelijk.
Verder veroordeelt het hof appellant in de kosten van het hoger beroep, waarbij het een proceskostenveroordeling oplegt op basis van het liquidatietarief, omdat de door ABN AMRO overgelegde factuur onvoldoende is onderbouwd.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.