ECLI:NL:GHDHA:2017:490
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende problematische schuldensituatie
Appellanten hebben bij de rechtbank Rotterdam verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling, welke werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat sprake was van een problematische schuldensituatie zoals bedoeld in artikel 284 lid 1 Fw Pro, en omdat twijfel bestond over hun goede trouw ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schuld aan ING Bank.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij slechts één schuld hebben, zijnde een lening bij ING in verband met hun voormalige woning, en dat hun huidige inkomen ontoereikend is om de schuld af te lossen. Het hof overwoog dat appellanten leven van een WW-uitkering en dat de eerder overeengekomen betalingsregeling niet kan worden nagekomen, waardoor hun situatie uitzichtloos lijkt.
Desondanks acht het hof het onvoldoende bewezen dat appellanten zich in een problematische schuldensituatie bevinden waarin zij tot in lengte van jaren zullen moeten betalen zonder uitzicht op aflossing. Het hof wijst op het feit dat appellanten nog werk zouden kunnen vinden en dat ING bereid is een betalingsregeling te treffen die rekening houdt met hun aflossingscapaciteit.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en benadrukt dat appellanten, indien nodig, de rechtbank kunnen verzoeken ING te bevelen in te stemmen met een schuldregeling als bedoeld in artikel 287a Fw alvorens opnieuw een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling in te dienen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende aannemelijkheid van een problematische schuldensituatie en twijfel over goede trouw.