ECLI:NL:GHDHA:2017:466
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks onvoldoende beheersing Nederlandse taal
Appellant heeft bij de rechtbank verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van €33.061,61. De rechtbank wees dit verzoek af omdat onvoldoende aannemelijk was dat appellant zijn verplichtingen zou nakomen, mede vanwege onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal en gebrek aan structurele hulp.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel degelijk kan rekenen op structurele hulp van een vriendin die hem ondersteunt bij vertalingen en sollicitaties, en dat er inmiddels een beschermingsbewindvoerder is benoemd. Het hof stelde vast dat deze omstandigheden een voldoende vangnet vormen.
De beschermingsbewindvoerder verklaarde dat appellant sinds zijn terugkomst in Nederland geen nieuwe schulden heeft gemaakt en alle benodigde stukken aanlevert. Ook de schuldbemiddelingsinstantie bevestigde dat appellant gemotiveerd is zijn schulden af te lossen. Daarnaast toonde een inburgeringscoach aan dat appellant gemotiveerd is tijdens taallessen.
Het hof concludeerde dat ondanks de beperkte taalvaardigheid, er geen beletselen zijn om de schuldsaneringsregeling toe te passen. Het bestreden vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de schuldsaneringsregeling van toepassing ondanks onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal.