ECLI:NL:GHDHA:2017:4309

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
30 mei 2017
Publicatiedatum
23 maart 2023
Zaaknummer
200.208.569/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2 SORArt. 3.3 SORArt. 3.4 SORArt. 4.2 SORArt. 4.4 SOR
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis kort geding inzake concurrentiebeding en onrechtmatige concurrentie

In deze zaak stond een geschil omtrent een concurrentiebeding en de vraag of sprake was van onrechtmatige concurrentie centraal. Brabo Brandpreventie B.V. ging in hoger beroep tegen een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, waarin een kort geding was behandeld.

Het gerechtshof Den Haag heeft het hoger beroep behandeld volgens de Second Opinion-procedure. Beide partijen hadden hiertoe een formulier ingevuld en ondertekend, waarna het hof tot uitspraak kon overgaan zonder uitgebreide comparitie. De enige grief van Brabo betrof het feit dat de rechtbank niet had beslist zoals Brabo in eerste aanleg had geconcludeerd.

Het hof heeft de overwegingen van de rechtbank overgenomen en deze tot de zijne gemaakt. De bestreden vonnissen zijn daarom bekrachtigd. Brabo is veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep, beperkt tot het door Fuego betaalde griffiegeld van € 716. De door Brabo ingestelde terugbetalingsvordering is niet behandeld vanwege het ontbreken van verdere motivering.

Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt Brabo in de kosten van het hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.208.569/01
Rolnummer rechtbank : C/09/521713/ KG ZA 16-1391
arrest van 30 mei 2017
in de zaak van
Brabo Brandpreventie B.V.,
statutair gevestigd te Zoetermeer en mede kantoorhoudende te Wateringen,
appellante,
hierna te noemen: Braho,
advocaat: mr. B.A. Roosenboom te Velp,
tegen

1.[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

2.Fuego Brandpreventie B.V.,

gevestigd te Delft,
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde] c.s.,
advocaat: mr. P.R. Rojer te Amsterdam.
Het verdere verloop van het geding
Verwezen wordt naar het tussenarrest van 21 februari 2017 waarin een comparitie na aanbrengen is bevolen. Deze comparitie heeft geen doorgang gevonden. Beide partijen hebben toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald op heden.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Zoals in het SO-formulier van Braho staat vermeld, luidt haar enige grief dat de rechtbank Den Haag Team Handel- voorzieningenrechter in haar vonnis in kort geding van 5 januari 2017 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen zij in eerste aanleg had geconcludeerd.
Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering. Onder deze omstandigheden komt het hof niet toe aan de door Brabo in haar appeldagvaarding ingestelde terugbetalingsvordering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde paitij zal Brabo worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door Fuego betaalde griffiegeld van € 716,--.
Beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis in kort geding van de rechtbank Den Haag Team Handel- voorzieningenrechter rechtbank Dordrecht van 5 januari 2017;
veroordeelt Brabo in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Fuego begroot op € 716,-- aan griffiegeld.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, M.M. Olthof en M. Flipse en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2017 in aanwezigheid van de griffier.