Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
€ 500.000,-.
€ 87.161,41, dat hij verschuldigd is aan de vrouw, op opschorting c.q. compensatie te beroepen met de opeisbare vorderingen die de man op grond van het oordeel van het hof zal hebben op de vrouw;
€ 47.921,70 te vermeerderen met de rente naar Zwitsers recht van 5%, dan wel een bedrag c.q. een rente dat/die het hof in goede justitie juist acht, met ingang van de dag van de echtscheiding tot die der algehele voldoening,
Artikel 3
Artikel 5
€ 100.000,- per maand. Gelet op het onroerend goed dat is aangekocht, de grote bedragen die op verschillende rekeningen werden afgeboekt en gestort en de algemene levensstijl van partijen, genoten zij gedurende hun huwelijk van een aanzienlijke welstand. De man dient inzicht te verschaffen in zijn inkomen. Subsidiair stelt de vrouw dat zij een behoefte heeft van € 14.036,41 per maand, welke behoefte zij onderbouwd met de door haar als productie VII overgelegde behoeftelijst.