ECLI:NL:GHDHA:2017:428
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen gegrondverklaring bezwaarschrift en buitenvervolgingstelling verdachte wegens ronselen voor terrorisme
De verdachte werd in 2014 aangehouden op verdenking van het ronselen voor de gewapende strijd en het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Na voorlopige hechtenis en schorsing onder voorwaarden volgde een bezwaarschrift tegen de uitgebrachte dagvaarding. De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift gegrond en stelde de verdachte buiten vervolging.
Het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Centrale discussie was de kwalificatie van een e-mail van het OM waarin een technisch sepot werd aangekondigd na een periode van observatie. De verdediging stelde dat dit een voorwaardelijk sepot betrof, terwijl het OM en het hof dit als een uitstel van beslissing zagen.
Het hof oordeelde dat de e-mail geen voorwaardelijk sepot inhield en dat het OM het recht tot vervolging niet had prijsgegeven. De verdachte mocht wel een technisch sepot verwachten bij positieve ontwikkeling, maar het OM mocht op basis van rapportages en voortgangsverslagen besluiten tot vervolging over te gaan. Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verklaarde het bezwaarschrift ongegrond.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en verklaart het bezwaarschrift ongegrond, waardoor de vervolging van de verdachte wordt voortgezet.