ECLI:NL:GHDHA:2017:4250

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
18 juli 2017
Publicatiedatum
30 juli 2018
Zaaknummer
200.204.696
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 347 lid 1 RvArt. 4.2 SORArt. 4.4 SOR
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis inzake bedrijfsmatige exploitatie woning in strijd met splitsingsakte

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het bedrijfsmatig exploiteren van een als woning bestemd appartement voor korte periodes, tegen betaling aan derden, in strijd is met de splitsingsakte en het reglement van splitsing. De appellant, wonende te Hellevoetsluis, was het niet eens met het vonnis van de rechtbank Rotterdam waarin zijn vordering werd afgewezen.

Het hoger beroep werd behandeld volgens de Second Opinion-procedure (SOR). Na een comparitie en het invullen van de benodigde formulieren stemden partijen in met deze procedure. Het hof nam de overwegingen van de rechtbank over en bekrachtigde het vonnis zonder nadere motivering, conform de artikelen van het SOR.

De appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, welke beperkt waren tot het door de VVE betaalde griffierecht en een punt volgens het liquidatietarief voor de advocaatkosten. Het arrest werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 18 april 2017.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellant af.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.204.696/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/492780 / HA ZA 16-43

arrest van 18 april 2017

inzake

[appellant],

wonende te Hellevoetsluis,
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. L. Hennink te Rotterdam,
tegen

VVE Flatgebouw ’t Groote Dok, Industriehaven 100-142,

gevestigd te Hellevoetsluis,
geïntimeerde,
hierna te noemen: de VVE,
advocaat: mr. J. Groot Koerkamp te Zoetermeer.

Het geding

1. Voor het verloop van het geding tot aan het tussenarrest van 20 december 2016 verwijst het hof naar dat arrest. De in dat arrest bevolen comparitie is gehouden op 8 maart 2017. Na een aanhouding van eerst twee weken en toen (wegens afwezigheid van de advocaat van appellant, die op de comparitie reeds had verklaard toepassing van de Second Opinion-procedure te wensen) nog een week voor beraad daarover hebben de behandelend advocaten een ingevuld en ondertekend SO-formulier als bedoeld in het Second Opinion Reglement (SOR) toegezonden. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second opinion procedure

2. Met het (doen) invullen en ondertekenen van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellant] bestaat eruit dat de rechtbank Rotterdam (team haven en handel) in het bestreden vonnis van 10 augustus 2016 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen hij in eerste aanleg had gevorderd, te weten de afwijzing van de vordering van de VVE.
3. Het hof - dat kennis heeft genomen van de door [appellant] ten behoeve van de comparitie overgelegde stukken in eerste aanleg - neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
4. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door de VVE betaalde griffierecht van € 718,- en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief, € 894,-.

Beslissing

Het hof:
  • bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 augustus 2016;
  • veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de VVE tot op heden begroot op € 718,- aan verschotten en € 894,- aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.J. van der Helm, M.E. Honée en M.P.J. Ruijpers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2017 in aanwezigheid van de griffier.