ECLI:NL:GHDHA:2017:4249
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tot schuldsaneringsregeling na vernietiging afwijzing rechtbank
Appellante heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat zij was opgehouden met betalen en te goeder trouw was ten aanzien van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep stelt appellante dat zij wel degelijk in een problematische schuldensituatie verkeert en dat de eerdere verwerping van de nalatenschap van haar vader, waardoor schuldeisers werden benadeeld, inmiddels is gecorrigeerd door een overeenkomst tussen de erfgenamen en haar dochter waarin afstand wordt gedaan van het erfdeel ten gunste van schuldeisers.
Het hof oordeelt dat appellante een problematische schuldenlast heeft en ondanks de verwerping van de nalatenschap, gelet op de nieuwe overeenkomst, saneringsbereid is. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de schuldsaneringsregeling toe, verwijzend naar de rechtbank voor uitvoering.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst appellante alsnog toe tot de schuldsaneringsregeling.