ECLI:NL:GHDHA:2017:4196

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2017
Publicatiedatum
4 april 2018
Zaaknummer
22-005664-16
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van kennis van veroorzaakte aanrijding met letsel

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde rijden zonder stoppen na een ongeval met letsel. De verdachte werd ervan verdacht een voetgangster te hebben aangereden met een bestelbus en vervolgens de plaats van het ongeval te hebben verlaten terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat letsel was toegebracht.

Hoewel uit verklaringen en medische informatie blijkt dat de voetgangster door een bestelbus is aangereden en letsel heeft opgelopen, heeft het hof geoordeeld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte hiervan op de hoogte was of dit redelijkerwijs had moeten vermoeden. Er waren geen hoorbare signalen of andere aanwijzingen dat verdachte iets van de aanrijding heeft gemerkt.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij. De advocaat-generaal had nog gevorderd het vonnis te bevestigen, maar het hof ging hier niet in mee. De uitspraak vond plaats op 22 december 2017 door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden een ongeval met letsel te hebben veroorzaakt.

Uitspraak

Rolnummer: 22-005664-16
Parketnummer: 09-150991-16
Datum uitspraak: 22 december 2017
VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 16 december 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1994,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op
22 december 2017.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete van € 500,-, subsidiair tien dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij als bestuurder van een motorrijtuig (bestelbus) had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in de gemeente
's-Gravenhage, op/aan de Brouwersgracht, op of omstreeks 31 augustus 2015 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander, te weten [aangeefster], letsel en/of schade was toegebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daar niet mee verenigt.
Vrijspraak
Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd. Weliswaar valt uit het dossier af te leiden dat de verdachte op 31 augustus 2015 een ongeval heeft veroorzaakt waarbij aan [aangeefster] letsel is toegebracht - immers, deze aangeefster heeft verklaard als voetgangster door een bestelbus, welke, naar later is vastgesteld, door de verdachte werd bestuurd, te zijn aangereden waarna zij is gevallen, haar moeder heeft verklaard dat er een bus aankwam waarna zij haar dochter zag vallen en blijkens de medische informatie heeft de aangeefster daarbij contusies opgelopen - maar op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat hij een ongeval had veroorzaakt, laat staan dat hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat een ander ten gevolge van een door hem veroorzaakt ongeval letsel had opgelopen. Zo blijkt niets van een hoorbare klap, schreeuw of andere omstandigheid die erop wijst dat de verdachte iets van de aanrijding gemerkt moet hebben.
De verdachte behoort dan ook van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. L.A.J.M. van Dijk,
mr. A.J.M. Kaptein en mr. S. Verheijen, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 december 2017.