ECLI:NL:GHDHA:2017:4194

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2017
Publicatiedatum
4 april 2018
Zaaknummer
22-001204-17
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 8 lid 3 sub a Wegenverkeerswet 1994Art. 378a SvArt. 359 lid 3 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen straf opgelegd voor rijden met ongeldig verklaard rijbewijs na alcoholslotprogramma

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en het bewezen verklaarde bevestigd dat de verdachte op 24 september 2013 in Capelle aan den IJssel met een ongeldig verklaard rijbewijs heeft gereden.

Het hof overweegt dat hoewel de verdachte een maatregel van het openbaar gezag heeft genegeerd, het doorlopen van het alcoholslotprogramma en de daarmee samenhangende vergaande bezwarende gevolgen in aanmerking worden genomen. Tevens is aan de verdachte al een geldboete opgelegd voor het onderliggende strafbare feit.

Gezien deze omstandigheden en het feit dat de verdachte sinds 2014 geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd, acht het hof het passend om geen straf of maatregel op te leggen. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het hof spreekt de verdachte vrij van hetgeen niet bewezen is verklaard.

Uitkomst: Geen straf of maatregel opgelegd vanwege doorlopen alcoholslotprogramma en eerdere geldboete.

Uitspraak

Rolnummer: 22-001204-17
Parketnummer: 96-233926-14
Datum uitspraak: 22 december 2017
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 29 december 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortejaar] 1983,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 22 december 2017.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 24 september 2013 te Capelle aan den IJssel terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Algeraweg, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van achtentwintig uren, subsidiair veertien dagen hechtenis.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op
of omstreeks24 september 2013 te Capelle aan den IJssel terwijl hij wist
of redelijkerwijs moest wetendat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een
of meercategorie
ënvan motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie
of categorieënwas afgegeven, op de weg, de Algeraweg, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie
of categorieënheeft bestuurd.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Geen straf of maatregel
De verdachte heeft gereden terwijl, naar hij wist, zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Hij heeft aldus een maatregel, die door het openbaar gezag ten behoeve van de verkeersveiligheid is getroffen, genegeerd en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer miskend.
In beginsel is een straf dan ook gerechtvaardigd.
Het hof acht het in dit geval evenwel raadzaam te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd, nu de ongeldigverklaring van het rijbewijs samenhing met het alcoholslotprogramma, welk programma de verdachte heeft doorlopen, met alle daaraan verbonden vergaand bezwarende gevolgen van dien. Daarenboven is ter zake van het aan het alcoholslotprogramma ten grondslag liggende strafbare feit - overtreding van artikel 8, derde lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 – aan de verdachte tevens bij strafbeschikking een geldboete opgelegd, welke geldboete door hem eveneens is voldaan. Tenslotte is in aanmerking genomen dat het bewezen verklaarde feit inmiddels ruim vier jaar geleden is begaan en de verdachte volgens het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 december 2017 na 2014 geen strafbare feiten meer heeft gepleegd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door mr. L.A.J.M. van Dijk,
mr. A.J.M. Kaptein en mr. S. Verheijen, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 december 2017.