ECLI:NL:GHDHA:2017:4139
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verdeling huwelijksgoederengemeenschap en afwijzing partneralimentatie wegens gebrek aan draagkracht
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de partneralimentatie centraal. Partijen zijn gehuwd onder het Marokkaans recht dat geen gemeenschap van goederen kent, maar vanaf 4 december 2001 geldt het Nederlandse huwelijksvermogensrecht, waardoor een gemeenschap van goederen is ontstaan over de activa en schulden vanaf die datum. De peildatum voor de verdeling is 13 augustus 2014.
De man kocht een stuk grond in Marokko in 2001, maar het hof oordeelt dat de eigendom pas in 2008 is overgegaan, zodat Nederlands recht van toepassing is en de grond in de gemeenschap valt. De man heeft een vergoedingsrecht van 35.000 dirham wegens aanbetaling uit privévermogen. De man kon niet aantonen dat een bankrekeningtegoed afkomstig was van een immateriële schadevergoeding, waardoor dit saldo ook bij de gemeenschap hoort.
Ten aanzien van partneralimentatie stelt het hof vast dat de vrouw behoefte heeft aan een bijdrage, maar dat de man onvoldoende draagkracht heeft vanwege een beperkt pensioen- en AOW-inkomen en een aanzienlijke schuldenlast. Daarom wordt het verzoek tot partneralimentatie afgewezen. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en het verzoek tot partneralimentatie wordt afgewezen wegens gebrek aan draagkracht.