ECLI:NL:GHDHA:2017:4033
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- P.B. Kamminga
- I. Obbink-Reijngoud
- E.C. Punselie
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige ondanks vooruitgang
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van een minderjarige tegen de machtiging voor gesloten jeugdhulp verleend door de rechtbank Rotterdam. De minderjarige verbleef in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp en betwistte de noodzaak van de verlenging van de machtiging tot 9 november 2017. Zij stelde dat zij vooruitgang boekte, zoals het volgen van een opleiding, het hebben van een bijbaan en het naleven van verlofafspraken.
De gecertificeerde instelling voerde aan dat de gesloten plaatsing noodzakelijk bleef vanwege de kwetsbaarheid van de minderjarige, haar beperkte IQ, het ontbreken van een stabiel netwerk, en haar problematisch gedrag zoals te laat terugkeren en vermoedelijk cannabisgebruik. Ook was er onduidelijkheid over haar therapie en de invloed van haar vriend.
Het hof overwoog dat hoewel de minderjarige positieve stappen had gezet, de gesloten plaatsing noodzakelijk bleef om haar te beschermen en te begrenzen. De machtiging werd daarom bekrachtigd. Het hof benadrukte het belang van een stabiele en veilige basis voor de toekomst van de minderjarige en vond dat een te snelle doorplaatsing niet in haar belang was.
De minderjarige zal binnenkort worden overgeplaatst naar een open groep en uiteindelijk naar een andere instelling. De beslissing werd op 6 december 2017 in het openbaar uitgesproken door het hof, bestaande uit drie rechters.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging gesloten jeugdhulp voor de periode 18 oktober tot 9 november 2017 vanwege blijvende noodzaak tot bescherming en begrenzing.