Belanghebbende exploiteert een diergaarde met verschillende parkeerterreinen waar bezoekers tegen betaling kunnen parkeren. De vraag is of de omzet uit het bieden van parkeergelegenheid belast is tegen het algemene of het verlaagde btw-tarief. De Rechtbank had geoordeeld dat parkeren een bijkomende dienst is die het fiscale lot van de hoofddienst, de toegang tot de diergaarde, volgt en dus onder het verlaagde tarief valt.
In hoger beroep stelt de Inspecteur dat parkeren een zelfstandige dienst is die niet als bijkomend kan worden aangemerkt. Het Hof volgt deze lijn en verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie (Card Protection Plan Ltd.) dat bepaalt dat diensten die economisch gezien afzonderlijk zijn, niet kunstmatig samengevoegd mogen worden. Het Hof oordeelt dat parkeren voor bezoekers een doel op zich is en niet louter een middel om de hoofddienst aantrekkelijker te maken.
Het Hof vernietigt daarom het vonnis van de Rechtbank en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond. De opbrengsten uit het parkeren zijn belast tegen het algemene btw-tarief. De proceskosten worden niet aan de Inspecteur opgelegd en er wordt geen griffierecht geheven.