Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en [naam tolk] , tolk in de Engelse taal.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat het verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige naar Kenia centraal, nadat de moeder de minderjarige zonder toestemming van de vader naar Nederland had gebracht.
De moeder betoogde dat de éénjaarstermijn van artikel 12 lid 1 HKOV Pro was verstreken en dat de minderjarige inmiddels geworteld was in Nederland, waardoor terugkeer niet onmiddellijk zou moeten worden gelast. Tevens voerde zij verschillende weigeringsgronden aan, waaronder het risico op lichamelijk of geestelijk gevaar na terugkeer en het ontbreken van financiële middelen bij de vader.
De vader stelde dat hij niet had ingestemd met de overbrenging en dat er geen sprake was van weigeringsgronden. Hij benadrukte zijn financiële draagkracht en bood ondersteuning aan de moeder en minderjarige aan in Kenia.
Het hof oordeelde dat sprake was van ongeoorloofde overbrenging door de moeder en dat de moeder onvoldoende had onderbouwd dat de vader had ingestemd met de overbrenging. De weigeringsgronden werden strikt toegepast en niet aannemelijk geacht. Het hof bekrachtigde de beschikking tot teruggeleiding en stelde een nieuwe uiterste datum vast voor terugkeer.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot teruggeleiding van de minderjarige naar Kenia uiterlijk 8 maart 2017.