ECLI:NL:GHDHA:2017:3789
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verdeling inboedel en regresvordering bij afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding
In deze civiele zaak gaat het om de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden en de verdeling van de inboedel na echtscheiding. De man en vrouw waren gezamenlijk draagplichtig voor een schuld bij de bank en hadden geen goederenrechtelijke gemeenschap van de inboedel. De rechtbank had bepaald dat de man recht had op een schilderij en litho’s en dat ieder de helft van de schuld moest dragen.
In hoger beroep verzocht de man om een bredere verdeling van de inboedel of een geldelijke vergoeding, terwijl de vrouw de man niet-ontvankelijk wilde verklaren en zelf een regresvordering op de man instelde wegens volledige aflossing van de schuld. Het hof oordeelde dat er onvoldoende gegevens waren om de volledige inboedel te verdelen, maar bevestigde het recht van de man op de genoemde kunstwerken.
Daarnaast stelde het hof vast dat de vrouw de volledige schuld had afgelost en dus een regresrecht had op de man voor de helft van de schuld. De man stelde dat het onredelijk was om hem hiervoor aansprakelijk te houden vanwege eigen inbreng uit een erfenis en betalingen van de vrouw, maar het hof verwierp dit omdat onvoldoende inzicht was gegeven in de rekeningbewegingen.
Het hof veroordeelde de man tot betaling van €12.489,42 plus wettelijke rente aan de vrouw en bekrachtigde de eerdere beschikking voor het overige. Het verzoek van de man tot een bredere verdeling van de inboedel werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de man tot betaling van de helft van de gezamenlijke schuld aan de vrouw en bekrachtigt de beperkte verdeling van de inboedel.